Andreas en Antonius van Paduakerk Oostelbeers


de architectuur

Opmerkelijk is dat de huidige neogotische H.H. Andreas en Antonius van Paduakerk niet, zoals gebruikelijk, oostelijk gesitueerd is, maar westelijk. Dat houdt in dat de apsis, het priesterkoor met altaar, hier naar het westen gericht is. Het is een niet hoge bakstenen kruiskerk met samengesteld zadeldak: het midden- schip met smalle zijbeuken, een transept (dwarsbeuk) en een apsis. Op het dak van de kruising van middenschip met transept is een dakruiter geplaatst: een klokkentorentje met spits.
De kerk heeft geen kerktoren.

In de spits toelopende voorgevel springt de hoofdtoegang iets naar voren in een spitsvormige omlijsting van baksteenversieringen. Boven de deur een spitsvormig bovenlicht met glas-in-loodruitjes. Hierboven een groot roosvenster, waarin een achtpuntige stenen ster, opgevuld met gebrandschilderd glas in lood. Boven in de spits van de voorgevel prijkt een natuurstenen kruis. Links en rechts van de hoofddeur bevinden zich twee kleine toegangsdeuren. Tussen hoofd- en zijdeuren een smal spitsboogvenster met glas in lood.

De zijbeuken lopen schuin af en zijn lager dan het middenschip. De dwarsbeuk, ook gedekt met zadeldak, steekt verder uit dan de zijbeuken. De apsis is lager en smaller dan de andere delen van het kerkgebouw.

In het interieur van de kerk lijken spitsbogen de kerkganger te omhullen. De hoogte van het kerkgebouw is niet imposant te noemen; dat geeft de kerk een intieme uitstraling. De bakstenen spitsvormige gewelven trekken vanaf de grond de blik omhoog naar de spits. Het middenschip heeft aan weerszijden drie traveeŽn, pilaarbogen, naar de zijbeuken. De bogen rusten op ronde pilaren met natuursteen bedekt.

Het marmeren hoofdaltaar wordt links en rechts geflankeerd door zijaltaren. Tegen het transept is links een neogotisch Maria-altaar en rechts een houten neogotisch altaar met het reliŽf van het Lam Gods. Dit is waarschijnlijk nog afkomstig uit de neogotische kerk die in 1853 aan de overkant is gebouwd.

Achter hoofdaltaar en linkerzijaltaar zijn in de achtergevel blinde spitstoelopende traveeŽn gemetseld. Op de bakstenen muur zijn in 1941 fresco's, muurschilderingen, aangebracht door de Nederlandse kunstschilder, glazenier en beeldhouwer Charles Eyck. In het midden de kruisiging van Jezus Christus met links en rechts hiervan de heiligen Andreas, Lucia, Barbara en Antonius van Padua. Boven de blinde spitsbogen in de wand zijn ook nog engelen zichtbaar.

In de twee uiteinden van het transept zijn twee hoge spitsvormige vensters geplaatst met gebrandschilderde glas-in-loodramen. Het derde spitsvormige venster bevindt zich in de doopkapel, linksachter in de kerk. Een vierde, cirkelvormig, gebrandschilderd glas-in-loodraam, is hoog in de muur in het oksaal (orgelruimte) geplaatst.

In het middenschip zijn vijf maal twee vierkante glas-in-loodramen te zien. De twee ramen in een muuropening zijn van elkaar gescheiden door een smalle bakstenen stijl.

In de doopkapel zijn de schilderingen op de witte wand opvallend. De fresco's aan weerszijden van het glas-in-loodraam zijn afbeeldingen van St.-Odulphus (* te Oirschot 8e eeuw) en St.-Adrianus van Hilvarenbeek (Martelaar van Gorcum. Op de twee chamotte tegeltableaus in de kapel heeft Charles Eyck twee Bijbelverhalen geschilderd: de doop van Jezus in de Jordaan en Mozes die met zijn staf water uit de woestijnrots slaat.

Het orgel met front, boven de ingang, stamt uit 1897. De kruiswegstaties in neogotische lijsten zijn uit de voormalige kerk van 1853 afkomstig, evenals de neogotische biechtstoel en enkele gipsen heiligenbeelden. Noemenswaard is ook een 18e-eeuws Luciabeeld, dat een eeuw later neogotisch gepolychromeerd is.

meer informatie :


volgende : de architect