Mariakapelletje in Westelbeers


geschiedenis van het kapelletje

De kapel is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel.

Met zekerheid is vast te stellen dat reeds in de 16e eeuw hier een kapelletje heeft gestaan. Dergelijke kapelletjes op bosgrond, in elk geval buiten de bebouwing, vallen onder de noemer heylig huysken. In 1651 wordt dit kapelletje vermeld als onse lieve vrouwe huysken.

In een notariŽle akte uit 1621 is sprake van de verwoesting van een kapelletje tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In de akte staat een verklaring van de toenmalige elkaar opvolgende burgemeesters van Westelbeers: '... een capelleken of huysken aldaer, daerinne wort gehouden memorie van Onse Lieve Vrouwe ende Sint Job, d'welck teenemael in den gront was bedorven van de rebellen van syne conincklyke maiesteyt ende daernae weder opgericht.'

Er wordt terzelfder plekke een stenen kapel gebouwd. Het bouwjaar is te lezen op de oostelijke buitenmuur: 1637. In die tijd wordt de streek de Beerzen geteisterd door een pestepidemie. De nieuwe kapel luidt het begin in van de Beerse bedevaartprocessies.

Op 1 mei wordt de Mariamaand geopend met een viering in de kapel, waarna een processie plaatsvindt.

Van oudsher wordt de kapel in Westelbeers beschouwd als gelieerd aan de Beerse processie naar de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (Montaigu), pelgrimsoord in het noorden van de provincie Vlaams-Brabant, grenzend aan de provincies Antwerpen en Limburg in BelgiŽ.

In de kapel heeft tot 1940 een aangekleed houten Mariabeeldje gestaan, dat tijdens de oorlog veilig in een boerderij werd ondergebracht. Tijdens de bevrijdingsgevechten is de boerderij onder vuur genomen, waarbij de kleren van het beeldje zijn verbrand. Het beeldje zelf kon niet meer gerestaureerd worden. In Scherpenheuvel is toen een nieuw, 30 cm hoog, Mariabeeld in keramiek aangekocht. Het huidige is een tweede exemplaar uit Scherpenheuvel wegens diefstal van het eerste keramieken beeld.

meer informatie :


volgende : de architectuur