Johannes' Onthoofding, Nuland


geschiedenis van de kerk

Tussen 1275 en 1300 wordt op de dekzandrug tussen de Kerkdijk en de Nulandsestraat een kerk gesticht. De bouw wordt mogelijk doordat langs de Maas een dijk is aangelegd, zodat het gebied minder vaak overstroomt. Deze zogenoemde ‘polderkerk’ (gelegen aan de rand van de polder) wordt toegewijd aan St. Johannes’ Onthoofding. In de late Middeleeuwen wordt de kerk vervangen.

In 1635, tijdens de Reformatie, wordt de Nulandse kerk in bezit genomen door de hervormden. De katholieken moeten voor kerkdiensten uitwijken naar een schuurkerk. Ruim een eeuw later, in 1739, wordt een nieuwe schuurkerk gebouwd op de locatie van de huidige begraafplaats. In 1802, als de katholieken meer vrijheid krijgen, wordt dit gebouw afgebroken en vervangen door een eenvoudige kerk met aangebouwde pastorie.

De katholieken kopen in 1846 de oude kerk terug, maar overstromingen hebben het gebouw intussen onbruikbaar gemaakt, zodat het moet worden afgebroken. Hierbij gaan bijzondere inventarisstukken verloren, zoals gebrandschilderde ramen, wapenborden en het graf van Gerard van Vladeracken, heer van Geffen en Nuland.

Enkele honderden meters zuidelijker, waar men minder van overstromingen te duchten heeft, bouwt H.J. van Tulder in 1859 een nieuwe kerk in neogotische stijl. Het kerkgebouw uit 1802 wordt een jaar later afgebroken.

In de Tweede Wereldoorlog, op 5 oktober 1944, blaast de Duitse bezetter de toren van de Nulandse kerk op. Die raakt zo zwaar beschadigd dat tot sloop en nieuwbouw moet worden besloten.

Het ontwerp van de huidige kerk is van de Helmondse architect J. Magis (1899-?). De bouw wordt in 1950 voltooid en in 1951 vindt de wijding plaats. De toren wordt pas later, in 1958, aangebouwd. De kerk is een driebeukige basiliek met een massieve westtoren en halfronde apsis.

De bouwstijl is gebaseerd op de principes van de Delftse School. Dit was een traditionalistische stroming in de Nederlandse architectuur, aangevoerd door Marinus Jan Granpré Molière (1883-1972), hoogleraar bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft. Hij bepleitte een ambachtelijke, niet-industriële bouwwijze met baksteen en hout als favoriete bouwmaterialen. De soberheid van de vroegchristelijke basiliek diende als voorbeeld voor de kerkenbouw.

meer informatie:


volgende : de glazeniers