St. Lambertus Gemonde


geschiedenis van de kerk

Rond 700 staat er een houten kapel op Den Hogert, de oudste kern van Gemonde, dicht bij de rivier de Dommel. In 1100 komt daar een kerkje in tufsteen voor in de plaats. Dit kerkje wordt in de veertiende eeuw vervangen door een grotere kerk in romaans-gotische stijl. De aan Maria gewijde kerkklok, die in 1339 in deze kerk zelf is gegoten, is bewaard gebleven en hangt in de toren van de huidige kerk.

De parochie behoort tot het collegiaal kapittel van Boxtel, zoals meerdere kerken in de buurt van Gemonde. Een collegiaal kapittel is een college van geestelijken, verbonden aan een belangrijke niet-kathedrale kerk; de leden van een kapittel worden kanunniken genoemd. Vanuit het kapittel wordt een pastoor (zielenherder) benoemd. Vaak zijn die pastoors zelf kanunniken. Lange tijd zijn de pastoors van de St.-Lambertuskerk in Gemonde tevens werkzaam in Boxtel.

Door de Reformatie komen de katholieke kerken vanaf 1648 in handen van de protestanten. Door het geringe aantal protestanten raken veel voormalige katholieke kerkgebouwen in verval. De katholieke kerkgemeenschap trekt zich meestal terug in een schuurkerk; in Gemonde gebeurt dat in 1674.

Er komt in 1771 een nieuwe schuurkerk op een plek die verder van Den Hogert af gelegen is. Zo ontstaat er een nieuwe woonkern. De nieuwe schuurkerk staat daarmee dichter bij de driesprong van wegen naar Boxtel, Sint-Michielsgestel en Sint-Oedenrode.

In 1809, ten tijde van de Bataafse Republiek, wordt de veertiende-eeuwse kerk teruggegeven aan de katholieken. In 1824 slopen zij de bouwvallige kerk. De nieuwe kerk, in waterstaatstijl, wordt gebouwd op een plek meer richting Sint-Michielsgestel. De stenen van de oude kerk worden hergebruikt bij de nieuwbouw.

Begin twintigste eeuw zijn kerk en pastorie te klein geworden. Architect Wolter te Riele krijgt in 1912 opdracht een nieuw kerkgebouw te ontwerpen. De nieuwe pastorie wordt in 1914 opgeleverd, de nieuwe kerk pas in 1924. Het is een driebeukige, transeptloze kerk met vijfzijdig gesloten apsis en een toren. De bouwstijl is een sobere variant van de neogotiek.

De architect

Wolter te Riele (1867-1937) is vooral bekend van zijn ontwerpen voor kerkgebouwen. De meeste van die kerken hij bouwde er ruim zeventig worden gerekend tot de neogotiek. Hij is begin twintigste eeuw een vernieuwer van deze stijl. Van zijn vader Gerard te Riele, zelf ook een belangrijk kerkenbouwer, leert Wolter de beginselen van het vak. Later wordt hij leerling bij de beroemde architect P.J.H. Cuypers. Ook studeert hij in Engeland en in Gent aan de St.-Lucasschool.

meer informatie :


volgende : de glazeniers